Anders worden behandeld vanwege dragen hoofddoek

          De echtgenote van melder wil met haar twee kinderen, waarvan een kind in de kinderwagen zit, in de bus stappen. Zij staat bij een bushalte en zet haar dochter van vier jaar in de bus en wil haar kinderwagen binnenzetten als de deuren al dicht gaan. De kinderwagen staat al half in de bus. Ze klopt op het raam van de bus en ook een aantal mensen in de bus proberen de buschauffeur in te seinen dat de vrouw voor de deur staat. De chauffeur ziet de vrouw in zijn achteruitkijkspiegel, maar weigert de deur te openen. Uiteindelijk duurt het even voordat de chauffeur de bus opendoet om de vrouw in te laten stappen. Zijn vrouw is erg overstuur, maar de buschauffeur doet net alsof er niets aan de hand is. Melder vertelt dat sinds zijn vrouw een hoofddoek draagt, merkt zij dat er anders met haar wordt omgegaan.

          Melder neemt zelf contact op met het vervoersbedrijf en vertelt wat zijn vrouw is overkomen, er moeten volgens hem beelden van het incident zijn die door de beveiligingscamera van de bus zijn gemaakt. Het vervoersbedrijf beloofd de zaak te onderzoeken. Melder wordt uitgenodigd voor een gesprek en mag een aantal beelden zien, maar het beeld waarop te zien is dat de chauffeur in de achteruitkijkspiegel kijkt en zijn vrouw ziet staan en de deur niet opent, dat beeld krijgt hij niet te zien. Hierdoor kan melder niets beginnen. Het vervoersbedrijf stuurt een bosje bloemen als excuses aan zijn vrouw, maar het kwaad is al geschied, zijn vrouw is te bang om weer met de bus te gaan.

          «
          »