Scholenonderzoek 2014

Het gebeurt nog steeds overal, hoewel minder vaak dan twee jaar terug.

Je afkomst, huidskleur of je handicap zijn het vaakst de reden van discriminatie

Het vervolgonderzoek naar discriminatie-ervaringen en het tolerantieklimaat op het voorgezet onderwijs in Noord-Holland Noord laat een daling zien van het aantal pest- en discriminatie ervaringen. Art. 1 Bureau Discriminatiezaken Noord-Holland Noord vervolgt met deze tweede meting het eerdere onderzoek dat in 2012 plaatsvond. Zeven van de negen scholen uit de eerste meting deden aan het onderzoek mee met in totaal 2.052 respondenten. Ondanks een hogere waardering voor veiligheid, sfeer en respect, leverde het onderzoek nog voldoende aanknopingspunten voor verdere verbetering op.

Dikke voldoende voor leefklimaat
De leerlingen beoordelen de sfeer en veiligheid op hun school overwegend goed tot zeer goed. Ook het respect tussen leerlingen en docenten, leerlingen onderling en docenten onderling krijgt een voldoende. Docenten zijn over het algemeen wat positiever dan leerlingen, maar het grote verschil dat er bij de eerste meting werd gevonden is wel kleiner geworden. Dit komt omdat de leerlingengroep iets positiever is geworden, maar met name omdat docenten het allemaal wat negatiever zijn gaan beoordelen in vergelijking met de vorige meting.

Docenten worden vaker gepest
Het aantal leerlingen dat wordt gepest, buitengesloten of gediscrimineerd is ten opzicht van het onderzoek in 2012 gedaald, van 24% naar 19%. Op één school steeg het aantal incidenten onder leerlingen. Opvallend is dat het aantal docenten met een pestervaring drie keer groter is geworden, van 5% in 2012 naar 15% in 2014.

Herkomst, huidskleur en handicap het vaakst reden van discriminatie
Gedrag of uiterlijk is volgens iedereen de voornaamste reden voor het pesten of buitensluiten. In 22% van de incidenten lijkt er (ook) een wettelijke discriminatiegrond te spelen. De top 3: herkomst, huidskleur (9%) en handicap (6%). Seksuele gerichtheid wordt door 2% van de slachtoffers genoemd als rol spelend bij de pest-ervaring. Dus hoewel er vanuit politiek en media veel aandacht is voor het onderwerp homoseksualiteit, blijkt uit dit onderzoek, voor de tweede keer op een rij, dat de andere discriminatie onderwerpen minstens zo belangrijk zijn om tijd en aandacht aan te besteden.

28% pestgevallen via social media
Bijna drie van de tien pestervaringen in de slachtoffer groep gebeurde (ook) via social media. In ruim één op de tien gevallen zijn leerlingen gepest via de zogenaamde open social media als Facebook en Twitter. Bij 27% van de gevallen gaat het om de gesloten variant zoals e-mail, Whatsapp, SMS en MMS. Bij de perservaringen van docenten speelt slechts in 5% van de gevallen social media een rol.

Anti-pestbeleid biedt kansen voor verbetering
De bekendheid met het anti-pestbeleid is enigszins verbeterd, laat de tweede meting zien. Toch weet een kwart tot een derde van de leerlingen niet goed hoe de school omgaat met pesten en pesters. Terwijl het onderzoek juist aantoont dat het schoolbeleid vooral positief wordt gewaardeerd door leerlingen die de indruk hebben dat ‘daders’ zichtbaar worden aangepakt en ‘slachtoffers’ zichtbaar worden gesteund. En door leerlingen die weten waar ze terecht kunnen voor ondersteuning.

Het rapportcijfer dat van een 6,9 in 2012 opklom naar een 7,2 afgelopen jaar, kan dus nog hoger. Meer zichtbaarheid voor het beleid en de aanpak vanuit het beleid lijken voor de hand liggende stappen. Daarbij zien zowel de leerlingen als de docenten een grote rol voor de docenten, en is er behoefte aan een consequente en schoolbrede aanpak. Aan de hand van bezoeken aan de deelnemende scholen ziet Art.1 NHN ook mogelijkheden voor de leerlingen zelf met uiteindelijk meer verantwoordelijkheidsgevoel voor elkaars welzijn.

Het volledige rapport kunt u HIER lezen, de samenvatting vindt u HIER